Ga naar inhoud

Canada zet F‑35-order onder druk: Gripen E terug in beeld

Man in pak bespreekt model van een straaljager in kantoor met uitzicht op ijslandschap en Canadese vlag.

Canada’s al jaren uitgestelde keuze voor een nieuwe generatie gevechtsvliegtuigen heeft een opvallende wending genomen: de regering hint er nu openlijk op dat ze de bestelling van F‑35’s kan terugschroeven of zelfs (deels) kan schrappen. Achter de militaire discussie schuilt een harde economische afweging: meer banen in eigen land, meer technologie in Canada en de kans om een nationale luchtvaartindustrie opnieuw op te bouwen, in plaats van vooral cheques uit te schrijven aan de Verenigde Staten.

Canada gebruikt het F‑35-contract als hefboom

Op papier is de afspraak groot en overzichtelijk: 88 Lockheed Martin F‑35’s met een waarde van circa C$41 miljard, oftewel ongeveer €27,7 miljard. De leveringen zouden lopen van 2026 tot ergens eind jaren 2030. Met deze toestellen wil Canada zijn verouderde CF‑18 Hornets vervangen en Ottawa nauwer verbinden met het hoogwaardigste luchtmachtnetwerk van de NAVO.

Toch klinkt in Ottawa inmiddels een andere toon. Minister van Industrie Mélanie Joly maakt duidelijk dat zij in ruil voor dit bedrag aanzienlijk betere industriële opbrengsten wil. Volgens overheidsfunctionarissen blijven de huidige compensaties (offsets) achter bij de verwachtingen, vooral als het gaat om lokale werkgelegenheid, technologische overdracht en langdurige deelname aan de wereldwijde F‑35-toeleveringsketen.

Canada is deliberately weaponising the fighter contract, using the threat of walking away from part of the F‑35 order to force better industrial terms.

Joly’s boodschap aan Lockheed Martin en Washington is onomwonden: het contract moet leiden tot tastbare, zichtbare winst voor Canadese werknemers en bedrijven, en niet slechts tot een paar gespecialiseerde subcontracten. Daarmee verandert wat op een standaard defensie-aankoop leek in een politiek-economisch drukmiddel.

De Zweedse Gripen E duikt weer op als onverwacht alternatief voor Canada

In deze gespannen context meldt Saab zich nadrukkelijk. De Zweedse vliegtuigbouwer zag zijn Gripen E eerder afvallen in het Canadese selectieproces, maar is nu plots terug in beeld-niet zozeer door pure prestaties, maar door het industriële verhaal.

Saab biedt een pakket dat precies aansluit op de zorgen in Ottawa: eindassemblage in Canada, lokale onderhoudshubs en brede toegang tot technologie, zodat Canadese bedrijven een rol kunnen spelen die veel verder gaat dan het leveren van basisonderdelen.

Saab claims its offer could create around 12,600 direct jobs in Canada, backed by a new assembly plant and a full support ecosystem.

Wat Saab concreet op tafel legt

  • Een lokale assemblagelijn voor Gripen E-toestellen op Canadese bodem
  • Een nationaal maintenance, repair and overhaul (MRO)-centrum
  • Toegang tot kerntechnologieën, in plaats van een “black box”-systeem
  • Verplichtingen om Canadese engineers en technici op te leiden

De Gripen E is lichter en minder ‘stealth’ dan de F‑35, maar is ontworpen voor eenvoudig onderhoud en operaties vanaf verspreide locaties, met lagere gebruikskosten. Voor Canada zit de aantrekkingskracht minder in de exacte radarzichtbaarheid en meer in de mogelijkheid om een nieuwe industriële basis te verankeren die decennialang componenten en diensten kan exporteren.

Een politieke koers tegen defensie-afhankelijkheid van Washington

Premier Mark Carney voerde campagne met een hardere, meer zelfstandige koers tegenover de Verenigde Staten onder Donald Trump. Grote aankopen van Amerikaanse wapensystemen, zonder stevige voorwaarden die direct de Canadese economie versterken, passen nu minder goed bij die belofte.

Carney en zijn adviseurs framen heronderhandelen niet alleen als een begrotingsvraag, maar ook als een kwestie van soevereiniteit. Hun stelling: een G7-land zou voor zijn frontlinie-gevechtsvliegtuigen niet vrijwel volledig afhankelijk moeten zijn van buitenlandse fabrieken en buitenlandse intellectuele eigendom.

Ottawa is openly floating the idea of a mixed fleet, combining a smaller core of F‑35s with Swedish Gripens assembled in Canada.

Deze zogenoemde ‘hybride vloot’-deels F‑35, deels Gripen-zou Canada aangesloten houden op door de VS geleide stealth-operaties, terwijl er tegelijk eigen productielijnen worden opgebouwd. Het zou Washington ook duidelijk maken dat toekomstige deals gepaard gaan met scherpere eisen, vooral rond toegang tot technologie.

Militaire planners waarschuwen voor praktische hoofdpijn

Voor de Canadese krijgsmacht kleven er flinke risico’s aan het hybride plan. De luchtmacht heeft al 16 F‑35’s besteld, met leveringen gepland tussen 2026 en 2030. Als Canada nu terugkomt op het bredere plan van 88 toestellen, kan dat leiden tot boetes en vertraging bij de vervanging van de CF‑18’s, die nu al zwaar worden belast.

Twee moderne jachtvliegtuigtypen parallel exploiteren betekent bovendien grote complexiteit. Elk type vraagt om eigen voorraden reservedelen, eigen simulatoren, gespecialiseerde onderhoudsteams en aparte trainingslijnen voor piloten. Canada heeft nu al moeite om voldoende piloten te werven en te behouden.

Hoge officieren suggereren achter de schermen dat de Zweedse “optie” eerder een onderhandelingshefboom is dan een echt operationeel plan, ook al benadrukt de politieke top dat alle scenario’s open blijven.

Een deal van €27,7 miljard met betwiste economische beloften

Lockheed Martin en Amerikaanse functionarissen wijzen juist op het economische argument om op koers te blijven. Zij noemen meer dan 110 Canadese bedrijven die al meewerken aan onderdelen voor het F‑35-programma, van structurele componenten tot software en geavanceerde materialen.

De fabrikant stelt dat de mogelijke langetermijnopbrengst voor Canada’s bbp meer dan €16,9 miljard kan bedragen, met daarnaast tot 150.000 banen gedurende de looptijd van het programma. Tegelijk zijn die cijfers gekoppeld aan één voorwaarde: Canada moet daadwerkelijk alle 88 toestellen afnemen en als partner volledig aangehaakt blijven.

Scenario Banen (prognose) Bbp-effect (schatting) Leveringsperiode
88 F‑35’s (oorspronkelijk plan) 150.000+ (langetermijn, direct & indirect) ≈ €16,9 miljard 2026–2039
16 F‑35’s + 72 Gripen E ≈ 12.600 (Saab-schatting, vooral lokaal) Onzeker, hangt af van export Vanaf 2026, maar met extra onzekerheid
Volledige overstap naar Gripen E ≈ 12.600 Lager, tenzij Canada een exporthub wordt Waarschijnlijk na 2030

Ottawa’s zorg is dat veel ‘kop’cijfers afhankelijk zijn van voorwaarden en uitgesmeerd zijn over tientallen jaren. De regering wil hardere toezeggingen en meer grip op hoogwaardig werk-zoals software, avionica en systeemintegratie-in plaats van vooral de productie van metalen onderdelen.

Geopolitieke inzet: Arctische veiligheid en alliantiepolitiek

De discussie speelt zich af tegen een snel veranderende veiligheidsomgeving. Canada voelt hernieuwde druk om zijn krijgsmacht te moderniseren nu Rusland de activiteit rond het Noordpoolgebied opvoert en China zijn aanwezigheid uitbreidt in noordelijke vaarroutes en onderzeese infrastructuur.

De F‑35 blijft, met zijn stealth-ontwerp, datafusiesensoren en naadloze samenwerking met Amerikaanse en NAVO-middelen, de referentie voor complexe missies. Als Canada voor een groot deel van de vloot iets anders kiest, roept dat binnen de NAVO vragen op over interoperabiliteit en gezamenlijke operaties, vooral in het Hoge Noorden.

Washington views the F‑35 not just as an aircraft, but as a shared digital platform binding allies into a tightly knit combat network.

Als Canada te sterk richting een Zweeds alternatief beweegt, vrezen sommige Amerikaanse officials dat dit het netwerkeffect verzwakt en andere landen kan aanzetten hun eigen F‑35-keuze te heroverwegen. Ottawa ziet die vrees op zijn beurt als bruikbare onderhandelingsruimte.

Druk op het Amerikaanse defensie-industriemodel

Het Zweedse bod raakt ook een gevoelige snaar in de Amerikaanse defensiesector. Saab stelt in feite de gedachte ter discussie dat het kopen van een Amerikaans jachtvliegtuig automatisch betekent: beperkte industriële deelname en sterk beperkte toegang tot broncode en gevoelige technologie.

Door ruimere kennisoverdracht te beloven, test een Gripen-deal hoeveel de VS bereid is los te laten op het vlak van intellectuele eigendom om bondgenoten stevig in de eigen invloedssfeer te houden. Geeft Lockheed Martin Canada te veel, dan kunnen andere partners met vergelijkbare eisen aankloppen.

Uitstel van de beslissing en een langer spel voor Canada’s luchtvaartsector

De regering-Carney had aanvankelijk een definitieve aankondiging in het najaar van 2025 in het vooruitzicht gesteld. Die planning is opgeschoven naar 2026, wat wijst op intensieve onderhandelingen achter de schermen. Zowel Lockheed Martin als Saab lobbyen stevig, terwijl Canadese provincies met luchtvaartclusters aandringen op een groter stuk van de taart.

Voor de Canadese industrie gaat de keuze bovendien over meer dan alleen jachtvliegtuigen. Een royaler offsetpakket rond de F‑35 kan hoogwaardige banen opleveren in domeinen als sensoren, composieten en missiesoftware, met neveneffecten richting civiele luchtvaart en ruimtevaart. Een Gripen-assemblagelijn zou Canada daarentegen zijn eerste serieuze ervaring kunnen geven met eindassemblage van gevechtsvliegtuigen sinds de periode van de Koude Oorlog.

Kernbegrippen die het debat bepalen

Wat “industriële offsets” in de praktijk betekenen

Offsets zijn afspraken die aan grote defensieaankopen worden gekoppeld en die de leverancier verplichten te investeren in de economie van de koper. Dat kan verschillende vormen aannemen:

  • Directe werkzaamheden aan het aangekochte systeem (productie van onderdelen, software of subsystemen)
  • Niet-gerelateerde industriële investeringen, zoals fabrieken of onderzoekscentra
  • Opleidingsprogramma’s om lokale expertise op te bouwen

Canada stelt dat offsetbeloften in eerdere sectoren soms beter klonken op papier dan ze in de uitvoering bleken. Die ervaring maakt Ottawa nu assertiever, zeker bij een contract dat de luchtmacht voor 40 jaar of langer zal bepalen.

Hoe een hybride vloot er in het dagelijks gebruik uit kan zien

Als Canada werkelijk met zowel F‑35’s als Gripens doorgaat, wordt de dagelijkse operatie ingewikkelder. Piloten zouden verdeeld moeten worden over twee ‘communities’, elk met een eigen opleidingsprogramma en tactieken. Grondploegen moeten omgaan met verschillende gereedschappen, onderdelenstromen en software-updatecycli.

Tegelijk kan zo’n mix strategische flexibiliteit bieden. Gripens kunnen de routineklussen doen-luchtpolitie, soevereiniteitspatrouilles en training-waardoor de duurdere F‑35’s beschikbaar blijven voor gevoelige missies, Arctische verkenning of inzet met bondgenoten. Zo’n gelaagde aanpak komt al voor bij sommige Europese luchtmachten, waar stealth-toestellen worden gecombineerd met lichtere multirole-jagers.

De grootste vraag is uiteindelijk politiek: wil Canada de prijs betalen-meer complexiteit en verstoring in de beginfase-om een sterker industrieel fundament op te bouwen en wat meer strategische onafhankelijkheid van Washington te winnen? Het antwoord, zodra het er ligt, reikt verder dan het Canadese luchtruim.


Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter